Download dit document (ter ondertekening)

Wij vinden het fijn dat vrijwilligers en hulpouders ​de school ondersteunen. Immers zonder hun inzet zouden veel activiteiten niet door kunnen gaan. Onze school moet voor iedereen een veilige plaats zijn, waar het prettig werken en leren is. Wij willen dit waarborgen door duidelijke afspraken te maken over hoe we met elkaar omgaan en dit vast te leggen in een gedragscode voor hulpouders of andere vrijwilligers: opgesteld voor vrijwilligers en hulpouders. Een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) is verplicht voor vrijwillige overblijfkrachten en vrijwilligers waarmee een overeenkomst wordt aangegaan.

De gedragscode bevat de volgende onderwerpen:

  1. Schoolcultuur/pedagogisch klimaat
  2. Eén op één contacten vrijwilliger – leerling
  3. Troosten/belonen/feliciteren e.d. in de schoolsituatie
  4. Hulp bij het aan- en uitkleden
  5. Buitenschoolse activiteit schoolreis/schoolkamp
  6. Racisme/discriminatie
  7. Lichamelijk geweld
  8. Privacy
  9. De digitale snelweg
  10. GSM en beeldmateriaal
  11. Genotsmiddelen
  12. Slotbepaling

Achtergrondinformatie

De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs verplicht voor leraren, (adjunct-)directieleden, onderwijsondersteunende functionarissen, externe leraren (bijvoorbeeld gedetacheerd of werkzaam via een uitzendbureau), externe (adjunct-)directieleden, LIO-stagiaires (leerovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst), conciërges en schoonmaakpersoneel (eventueel extern ingehuurd) en overblijfmedewerkers. De te overleggen VOG mag niet ouder zijn dan twee maanden). Voor vrijwilligers die diensten verlenen in de scholen, met uitzondering van de TSO-medewerkers, is er geen wettelijke verplichting tot het overleggen van een verklaring omtrent gedrag.

Artikel 11.5 van de CAO-PO 2009 stelt dat de werkgever (in casu de gemandateerd directeur) (veiligheids-)beleid vaststelt dat gericht is op het realiseren van een gezonde en veilige leer- en werkomgeving binnen de instelling. Binnen het bedoelde beleid worden ten aanzien van de werknemers afspraken gemaakt over onder andere

  • Het bewerkstelligen van sociale en fysieke veiligheid;
  • Het voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld.

Om toch te komen tot een zo goed mogelijk sluitend geheel ten aanzien van de veiligheid van de leerlingen (en andere betrokkenen binnen de school) is voor alle vrijwilligers de “Gedragscode vrijwilligers” opgesteld. Deze code maakt onderdeel uit van het veiligheidsplan van de instelling.

1. Schoolcultuur/pedagogisch klimaat

De vrijwilliger onthoudt zich van seksistisch taalgebruik, seksueel getinte grappen en toespelingen, die door leerlingen en/of andere bij de school betrokkenen als seksistisch kunnen worden ervaren.

De vrijwilliger onthoudt zich van seksistisch getinte gedragingen, of gedragingen die door leerlingen en/of andere bij de school betrokkenen als zodanig kunnen worden ervaren.

2. Eén op één contacten vrijwilliger – leerling

De vrijwilliger heeft geen één op één contact met een leerling in een afgesloten ruimte waarin van buiten geen zicht is op de binnenruimte.

De vrijwilliger vermijdt zo mogelijk één op één situaties met een leerling. Als dit toch nodig is, zorgt hij/zij ervoor dat hij/zij zichtbaar is voor anderen.

3. Troosten/belonen/feliciteren e.d. in de schoolsituatie

  • De vrijwilliger troost bij verdriet of pijn niet door middel van zoenen;
  • De vrijwilliger neemt zonder toezicht van de professional geen kinderen op schoot;
  • Feliciteren moet spontaan gebeuren, ergo: de vrijwilliger houdt dienaangaande rekening met de belevingswereld van het kind en de regels van de school.

4. Hulp bij het aan- en uitkleden

  • Bij de kleuters komt het regelmatig voor dat geholpen moet worden bij het aan- en uitkleden, bijvoorbeeld bij het naar het toilet gaan. Ook in groep 3 en 4 kan dat nog een enkele keer voorkomen. De vrijwilliger assisteert onder toezicht en verantwoordelijkheid van de leerkracht.
  • Vanaf groep 4 is hulp bij het aan- en uitkleden nauwelijks meer nodig. Toch kan het voorkomen dat leerlingen zich in bepaalde situaties gedeeltelijk moeten uit- of omkleden. Bijvoorbeeld bij verwondingen of bij het omkleden voor musicals e.d. De vrijwilligers houden hierbij rekening met de wensen en gevoelens van de leerlingen. Een open vraag is: “wil je het zelf doen of heb je liever dat ik je help?” wordt ook door de oudere leerling als normaal ervaren en meestal ook eerlijk beantwoord.

5. Buitenschoolse activiteit schoolreis/schoolkamp

  • Tijdens de schoolkampen slapen in principe mannelijke begeleiders bij de jongens en vrouwelijke begeleiders bij de meisjes. Indien een goede verdeling van taken dit onmogelijk maakt, wordt vooraf de verdeling aan de leerlingen bekend gemaakt.
  • Tijdens het aan-, uit- en omkleden van de leerlingen worden de betreffende ruimten uitsluitend door de leiding betreden na een duidelijk vooraf gegeven teken. Dit is van toepassing, als de situatie het nodig maakt, indien mannelijke begeleiders de ruimtes van de meisjes binnengaan en als vrouwelijke begeleiders de ruimtes van de jongens binnengaan. Op deze manier wordt rekening gehouden met het zich ontwikkelend schaamtegevoel bij jongens en meisjes.
  • Indien er hulp moet worden geboden bij ongevallen, ziek worden/zijn of anderszins, waarbij het schaamtegevoel van de kinderen een rol kan spelen, wordt, rekening houdend met de aanwezige mogelijkheden, de uitdrukkelijke wens van het kind gerespecteerd.
  • Indien mogelijk maken jongens en meisjes gebruik van gescheiden toiletten en douches.
  • De spontaniteit in de omgang van leiding met kinderen en kinderen onderling dient gewaarborgd te blijven, zulks ter beoordeling van de professionals.

6. Racisme/discriminatie

Wij leven in een multiculturele samenleving. Dit houdt in dat verschillende groepen uit onze samenleving hun eigen volkscultuur hebben. Iedere groep heeft zijn eigen aard: huidskleur, levensovertuiging, volksgewoonten zoals kleding en voedsel, enz. Behalve de reeds gevestigde groepen kent ons land ook veel vluchtelingen en asielzoekers. Tenslotte: wij zijn een christelijke school en handelen vanuit onze christelijke normen en waarden.

Wij verwachten van vrijwilligers:

  • De vrijwilliger behandelt alle leerlingen gelijkwaardig.
  • De vrijwilliger bezigt geen racistische en/of discriminerende taal.

7. Lichamelijk geweld

Bij dit onderwerp hanteren we de volgende regels.

a. Binnen de verantwoordelijkheid van de school wordt iedere vorm van lichamelijk geweld, zowel door volwassenen als door kinderen, voorkomen én niet getolereerd.

b. In de relatie vrijwilliger – leerling:

  • De vrijwilliger vermijdt lichamelijk geweld;
  • Bij overtreding van bovenstaande regel door een emotionele reactie deelt de vrijwilliger dit mee aan de dichtstbijzijnde leerkracht, die dit vervolgens meldt aan de directie.

8. Privacy.

De manier van werken in de school heeft ertoe geleid dat steeds meer mensen – zowel binnen als buiten de school – te maken krijgen met kinderen/ouders of omgekeerd. Daarom is het goed de privacy van kinderen en ouders te beschermen. Gegevens over de thuissituatie, medische informatie, gegevens van hulpverlenende instanties, uitslagen van testen e.d. worden als privacygegevens beschouwd.

Wij kennen de volgende afspraken:

Relatie vrijwilliger – kind/ouder

  • De scores van toetsen zijn uitsluitend toegankelijk voor ouders/verzorgers van het betrokken kind en zijn niet toegankelijk voor vrijwilligers.
  • Gegevens, die door ouders of instanties aan de leerkracht in strikt vertrouwen worden gemeld, zijn niet toegankelijk voor vrijwilligers.

Relatie professional – vrijwilliger

  • Privacygegevens worden alleen besproken voor zover ze relevant zijn bij de uitoefening van het vrijwilligerswerk.
  • De professional is in zijn houding de professional, ook ten opzichte van de vrijwilliger die dat als zodanig dient te respecteren.

9. Digitaal contact tussen leerlingen en vrijwilligers

Het is niet gebruikelijk buiten de school individuele contacten te hebben met leerlingen.

Bij vrijwilligers, immers vaak ouders van kinderen en/of een familie/vriendschapsrelatie hebbende met kinderen, kan deze grens wat ruimer liggen. Indien er sprake is van een bepaalde relatie met één of meer kinderen, met wetenschap van de betrokken ouders (!), kan digitaal contact in de privésfeer mogelijk zijn.

Onder verantwoordelijkheid van de school worden geen digitale contacten aangegaan tussen vrijwilligers en kinderen, anders dan met toestemming van de professional.

10. GSM en beeldmateriaal

Het gebruik van GSM, ook door vrijwilligers, is alleen toegestaan indien daar noodzaak toe is. Het maken van beeldmateriaal van kinderen met een GSM, fototoestel en/of videocamera, is niet toegestaan.

11. Genotsmiddelen

– Roken

Binnen en rondom de school geldt een rookverbod.

Als door vrijwilligers buiten de school gerookt wordt is het goed te realiseren dat vrijwilligers ook daarin een voorbeeldfunctie hebben.

– Alcohol/ energiedranken

Voor leerlingen is het gebruik van alcohol niet toegestaan, ook niet van de steeds populairder wordende “licht-alcoholische” dranken en/of energiedranken.

Voor vrijwilligers is het gebruik van alcohol en/of energiedranken tijdens het uitoefenen van het vrijwilligerswerk in direct contact met de kinderen niet toegestaan.

Over het gebruik van alcohol tijdens festiviteiten/schoolkampen door vrijwilligers worden (vooraf) nadere afspraken gemaakt.

– Drugs

Het gebruik, in bezit hebben of het verhandelen van elke soort van drug is ten strengste verboden.

Mocht een vrijwilliger zich niet aan dit verbod houden wordt hij/zij verzocht de school terstond te verlaten en zijn diensten binnen de school niet meer aan te bieden. Overwogen moet worden of aangifte bij de politie in dat concrete geval wenselijk is.

12. Slotbepaling.

Bij zaken die niet in dit document worden genoemd beslist de directeur. Zij/hij stelt de algemeen directeur van haar/zijn beslissing (onverwijld) op de hoogte.

Mocht u van mening zijn dat er niet conform deze code gehandeld is, dan verzoeken wij u dit te melden bij de daartoe aangewezen persoon binnen de school / bestuursbureau.